Deze inheemse kruiper vormt een ondoordringbaar, veelal wintergroen tapijt dat uitstekend gedijt op vochtige bodems en langs oevers. In de zomer transformeert de plant naar een zee van goudgele bloemen die geen nectar, maar essentiële bloemoliën bieden voor gespecialiseerde bijensoorten zoals de slobkousbij. Een robuuste bodembedekker die onkruid geen kans geeft, maar door zijn groeikracht wel begrenzing vraagt.