Een robuuste cultivar met grote, roomwitte trompetbloemen en een groengeel hart die oplichten in de border. Deze polvormende vaste plant is zeer tolerant qua bodemtype en vraagt nauwelijks onderhoud, behalve het verwijderen van uitgebloeide stengels. Hoewel ecologisch minder waardevol dan inheemse soorten, biedt hij betrouwbare nectar voor generalistische bestuivers in de hoogzomer.